“Hij nam de zeven broden, sprak het dankgebed uit, brak de broden en gaf ze aan de leerlingen om ze aan de mensen uit te delen, en dat deden ze. Ze hadden ook een paar kleine vissen bij zich; Hij sprak er het zegengebed over uit en zei dat ze ook de vissen moesten uitdelen.”
Marcus 8: 6, 7
Ook al is Jezus machtig, Hij ziet het wonder van de spijziging als uit de hand van de Vader gekregen. Hij spreekt eerst een dankgebed uit over de 7 broden; en daarna spreekt Hij nóg eens een zegengebed uit over de paar kleine vissen. Wat kunnen we daarvan leren? Veronachtzaam een paar kleine vissen en wat broden niet. Ze zijn het beide waard om een dank en zegengebed over uit te spreken. En zie, wat God daarna doet! De broden en vissen zijn rijk gezegend en worden tot een overvloed van zegen voor de mensen.