“De leerlingen van Johannes en de farizeeën hadden de gewoonte regelmatig te vasten. Er kwamen mensen naar Jezus toe, die Hem vroegen: ‘Waarom vasten de leerlingen van Johannes en de leerlingen van de farizeeën wel, maar uw leerlingen niet?’ Jezus antwoordde: ‘Bruiloftsgasten kunnen toch niet vasten zolang de bruidegom bij hen is? Nee, zolang ze de bruidegom bij zich hebben, kunnen ze niet vasten. Maar er komt een dag dat de bruidegom bij hen wordt weggehaald, en dan is het hun tijd om te vasten”.
Marcus 2: 18-20
Vasten had vóór Jezus komst vaak te maken met “voorbereiden”. Jezus bedoelde dat, nu Hij gekomen is, de tijd van vasten, van voorbereiden voorbij is. Hij was de beloofde bruidegom en het leven met Hem mag een feest zijn. Hij zei er wel iets opmerkelijks bij: ‘Maar er komt een dag dat de bruidegom bij hen wordt weggehaald, dan zullen ze vasten. Jezus wees het vasten als zodanig niet af. Maar nu Hij bij hen was, moeten ze zijn onderwijs, zijn woorden, indrinken. Als Hij weg is, dan mogen ze vasten. Die tijd is nu, de tijd tussen Zijn hemelvaart en Zijn wederkomst. In die tijd, zegt Jezus, dan zullen zij vasten! Niet vanwege verdriet, vanwege gemis, want Hij is hun verschenen en heeft beloofd dat Hij met hen is, al de dagen van hun leven. Maar je kunt ook vasten en bidden met het oog op Gods plan, de situatie in de wereld en om je voor te bereiden op Zijn wederkomst.