“Ik zal u laten zien dat de Mensenzoon volmacht heeft om op aarde zonden te vergeven.’ Toen zei Hij tegen de verlamde: ‘Ik zeg u, sta op, pak uw mat en ga naar huis.’”
Marcus 2: 10 en 11
In Marcus 1 wordt in sneltreinvaart verteld dat Jezus heel veel wonderen doet. Hij geneest! Marcus vertelt nu in Marcus 2, dat Jezus ook is gekomen om de zonden te “genezen”. De mensen stromen samen om “weldoener” Jezus te zien en te horen. Vrienden (vrienden heb je nodig in je leven!) brengen hun verlamde vriend naar Jezus, maar omdat het huis zo vol is, gaan ze via het dak, maken een gat in het dak en laten hun vriend zakken. Stel je eens voor: Jezus onderwijst de mensen in het huis, het dak boven Hem wordt opengebroken, brokstukken vallen voor zijn voeten en tenslotte zakt er een man aan vier touwen, gelegen op een slaapmat, neer aan zijn voeten. Dan heb je wel geloof nodig! Geloof dat Jezus JOUW redder is. Mens, je zonden zijn vergeven! zegt Jezus. En omdat Ik macht heb om zonden te vergeven, heb Ik ook macht gekregen om te genezen. Wat is voor jou het belangrijkst: dat je zonden zijn vergeven of dat je wordt genezen?