“1Het begin van het evangelie van Jezus Christus, Zoon van God. Er staat geschreven bij de profeet Jesaja: ‘Let op, Ik zend mijn bode voor Je uit, hij zal Je een weg banen. Een stem roept in de woestijn: “Maak de weg van de Heer gereed, maak recht zijn paden!”’
Marcus 1: 1-3
Jezus Christus komt met een goede boodschap van God. De “bode” is Johannes de Doper. Hij bereidt de weg in de harten van mensen, zodat God in hun harten kan komen. De plaats van het optreden van Johannes is “de woestijn”. Deze plaats geeft de geestelijk dode toestand van Israël voor God aan. Johannes is niet meer dan een “stem”. Het gaat er niet om wie hij is, maar om zijn boodschap. Het bereiden van de weg moet gebeuren in het hart van de mens door middel van berouw en bekering. “Recht” is in het Grieks hetzelfde woord als ‘terstond’, een woord dat zo vaak in dit evangelie voorkomt. Als wij geen rechte paden gaan, paden zonder bochten of omwegen, kunnen we ook niet ‘terstond’ handelen. Wat Johannes doet, is ook een opdracht voor ons. Hoe kun jij, in deze woestijn van het leven, Gods paden “recht” maken?